inburgeringsexamen buitenland
Hier volgt uitgebreide informatie over de inburgeringstoets buitenland.
Om in Nederland toegelaten te worden moet een toelatingsexamen in het buitenland afgelegd worden. Dit examen bestaat uit de volgende twee onderdelen:
- Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS)
- Toets Gesproken Nederlands (TGN)
Het examen wordt mondeling door de telefoon afgenomen. Er hoeft dus niet geschreven te worden.
Ditzelfde examen wordt ook geschikt geacht voor analfabeten en oudkomers in Nederland. Het examen voor nieuwkomers is per 15 maart 2006 ingegaan; het voorstel voor het examen voor oudkomers moet nog goedgekeurd worden door het parlement.
Het eerste deel KNS is het gemakkelijkste onderdeel. De cursist moet van te voren een examenpakket kopen met de volgende onderdelen:
- de film Naar Nederland op dvd of video
- een boek met 100 foto’s bij de film
- een audio-cd met 100 vragen bij de foto’s en de antwoorden op die vragen
- alle 100 vragen en antwoorden
Bij het telefonisch examen moeten 30 van de honderd vragen beantwoord worden. Als de cursist de antwoorden goed geleerd heeft, kan hij alle vragen beantwoorden.
De antwoorden zijn kort, vrijwel nooit meer dan drie lettergrepen. Het enige probleem kan de uitspraak zijn.
De eisen voor het tweede onderdeel zijn niet duidelijk. Zoals gezegd toetst het examen alleen de onderdelen spreken en luisteren. Er zijn vier soorten opdrachten:
- zinnen nazeggen
- korte vragen beantwoorden
- tegenstellingen geven
- twee keer een kort verhaaltje navertellen.
Het laatste onderdeel, verhaaltjes navertellen, wordt niet meegerekend; het onderdeel dient ter validering van de toets.
De cursist kan drie oefentoetsen TGN doen; die zijn bij het examenpakket inbegrepen.
Uit deze oefentoetsen blijkt dat vooral de zinnen die nagezegd moeten worden,niet echt gemakkelijk zijn. Naast de wat kortere zinnen komen ook zinnen als de volgende voor:
- Door de harde regen zijn veel planten beschadigd.
- Het is helemaal gegaan zoals we verwacht hadden
- Hij moet het wat rustiger aan gaan doen.
Bij het nazeggen van deze zinnen wordt gelet op de intonatie van de zin en de volgorde van de woorden. Men redeneert: Als de cursist fouten maakt in de volgorde van de woorden, heeft hij geen grammaticaal inzicht in de Nederlandse taal.
Bij het beantwoorden van de korte vragen komen de volgende soort (gesloten) vragen voor:
- Is een kerk een gebouw of een poort? (50% kans op een goed antwoord!)
- Als iets ingewikkeld is, is het dan makkelijk of moeilijk? (50% kans)
- Wie woont er op een boerderij?
- Hoe noem je iemand die niet kan horen?
Bij de tegenstellingen vond ik naast eenvoudige zoals dik – dun onder meer de volgende woorden:
ochtend – avond
liefde – haat
erna – ervoor
oorlog – vrede
laatste – eerste
Voor de inburgering buitenland geldt een cesuur van 16. Dat wil zeggen dat de cursist van de 80 punten die hij kan halen, er 16 goed moet hebben. Voor de inburgering van de oudkomers in Nederland zal een hogere cesuur gelden.
