het Inburgeringsexamen
10 November 2009
By on 10:02

het Inburgeringsexamen

Inburgeren en het inburgeringsexamen

Wat is dat eigenlijk, inburgeren en hoe raak je ingeburgerd?
Volgens van Dale bestaan er twee vormen van het werkwoord inburgeren. Bij de ene vorm gaat het over woorden die zijn ingeburgerd; vooral woorden uit andere talen.
De vorm inburgeren voor personen wordt echter met het (wederkerend) voornaamwoord zich gebruikt: zich inburgeren! met als voorbeeldzin: Ik heb mij hier al helemaal ingeburgerd.
De inburgeraar moet het zelf doen.

Hoe kan iemand zich inburgeren? Door kennis te nemen van de cultuur waarin hij terecht is gekomen. De cultuur met een andere taal en met andere gewoonten en gebruiken dan hij gewend is. Die moet hij leren. ‘Het begint met taal’, zoals de slogan luidt, maar daarnaast is de cultuur minstens zo belangrijk.
De taal is anders dan hij of zij gewend is; de gewoonten en gebruiken zijn ook anders, de normen en waarden verschillen vaak. Inburgeren betekent allereerst de taal leren, maar daarnaast ook kennis nemen van de gewoonten en gebruiken in het nieuwe land en inzicht krijgen in de normen en waarden van de nieuwe gemeenschap. Pas als je ingeburgerd bent, kun je integreren.

Wat houdt het inburgeringsexamen in?

Het inburgeringsexamen bestaat uit twee delen.

Eerste deel:
Een praktijkexamen op een gecertificeerd ROC.
Onderdelen:
- 30 portfoliobewijzen met een gesprek of
- 15 portfoliobewijzen en drie assessments

Tweede deel:
Centraal examen op een van de tien examenlocaties verspreid over Nederland.
Onderdelen:
- Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS met multiple choice vragen)
- Elektronisch praktijkexamen
- Toets Gesproken Nederlands [TGN telefoontoets]

Wat is een portfolio?

Het portfolio is een map waarin de inburgeraar bewijzen verzamelt van gesprekken en/of schrijfproducten. Deze formulieren heten bewijsformulieren.
De cursist kan hierbij kiezen uit vier profielen met verschillende domeinen:

- Maatschappelijke Participatie: domeinen Burgerschap, Maatschappelijke Participatie en Op zoek naar vrijwilligerswerk.

- OGO (Onderwijs, Gezondheid en Opvoeding): domeinen Burgerschap, OGO en Werk zoeken.

- Werk: domeinen Burgerschap, Werk zoeken, Werk hebben (keuze uit handel en dienstverlening, zorg en welzijn of techniek.)

- Ondernemerschap: domeinen Burgerschap, Ondernemerschap, Werk zoeken.

Voor elk domein is een aantal Cruciale Praktijksituaties beschreven (CP’s). Van de kandidaten wordt verwacht dat ze in zo’n praktijksituatie een gesprek kunnen voeren.

Onderdelen van het examen
Het eerste deel van het examen is het decentraal examen op een instelling waar taallessen gegeven worden. Deze instelling moet daarvoor bevoegd zijn. Ook kandidaten die geen lessen op deze instelling gevolgd hebben, kunnen zich voor het examen aanmelden. (De lijst met instellingen is te vinden op www.kce.nl)
Dit onderdeel van het examen bestaat uit 30 portfoliobewijsformulieren of 15 bewijzen en drie assessments. Ook alleen assessments doen is mogelijk; dan zijn het er zes.

Portfoliobewijzen
Cursisten moeten een portfolio (map) aanleggen met daarin bewijzen van gesprekken die zij gevoerd hebben (of schrijfproducten) bij vooraf bepaalde instanties en personen. Deze lijst is in samenwerking met allerlei maatschappelijke instanties en deskundigen vastgesteld. De situaties waarin deze gesprekken gevoerd zijn, worden aangeduid met de term Cruciale Praktijksituaties (CP’s), zoals een bezoek aan een arts, het gemeentehuis of het politiebureau. Ook het lid worden van een sportclub of een telefoongesprek voeren met de Kamer van Koophandel behoren tot de CP’s. Er zijn voor de verschillende profielen ook verschillende CP’s beschreven.

Voor het domein Burgerschap dat in alle profielen voorkomt zijn een aantal praktijksituaties beschreven. Van deze voorbeelden mag niet afgeweken worden. Een gesprek met een winkelassistent is bijvoorbeeld niet geldig, want dat behoort niet tot de aangegeven CP’s. Voorbeelden van praktijksituaties zijn:
- een verhuizing melden bij het gemeentehuis
- een paspoort aanvragen
- een gesprek bij de dokter of de tandarts

Deze situaties moeten alle inburgeraars dus beheersen. Voor u een leidraad bij uw contacten. Deze onderwerpen komen allemaal in mijn boek Onderweg voor.
De inburgeraar die een situatie beheerst, moet een bewijsformulier daarvan hebben om in het portfolio te doen. Dat bewijsformulier kan een briefje van de tandarts met zijn handtekening zijn of een schrijfproduct van de inburgeraar zelf, bijvoorbeeld een formulier dat hij/zij heeft ingevuld. Het portfolio wordt gecontroleerd door een gecertificeerde examinator die ook een bewijsgesprek met de kandidaat houdt. Daarbij toetst hij de spreekvaardigheid van de kandidaat en onderzoekt of de bewijzen op rechtmatige wijze verkregen zijn.
Er is geen vaste verdeling van spreek- en schrijfvaardigheid.

Bewijsformulieren worden door de inburgeraar ingevuld. Er zijn Bewijsformulieren voor Gesprekken en formulieren voor Schrijven. Ook is er een onderdeel bij voor de gesprekspartner met de vraag of deze het Bewijsformulier wil invullen. Al deze formulieren kunnen via www.vrom.nl uitgedraaid worden (dossier Inburgeren Wetten en Regels).

Als een kandidaat kiest voor alleen de portfolioroute, moeten er 30 portfoliobewijzen worden overlegd. Een cursist die geen 30 bewijzen kan verzamelen (dat lukt de meesten niet), kan kiezen voor 15 bewijzen en 3 assessments. Als iemand helemaal geen portfolio heeft aangelegd, kunnen er ook 6 praktijktoetsen (assessments) worden gedaan.

Wat is een assessment?
Een assessment bestaat uit een kort rollenspel dat de assessor opvoert met de kandidaat. Er is een databank met rollenspelen die via een cd-rom willekeurig door de computer gekozen worden. De examinator en de kandidaat krijgen beiden voldoende tijd om zich voor te bereiden met een beschrijving van de situatie, waarna het rollenspel plaatsvindt onder toezicht van een tweede assessor. Bij zo’n rollenspel hoort vaak een korte schrijfopdracht, zoals het schrijven van naam en adres, een boodschappenbriefje of een korte mededeling voor een collega.
De rollenspelen hebben betrekking op de lijst met CP’s. Op deze lijst komt bijvoorbeeld de situatie voor dat de cursist over een inbraak komt vertellen op het politiebureau. De assessor is dan de agent (en zet eventueel een politiepet op voor de duidelijkheid); de cursist moet zijn verhaal vertellen en antwoord geven op de vragen die de agent stelt. Ook moet meestal iets geschreven worden. De protocollen zijn allemaal beschreven en liggen vast, dat wil zeggen dat de ‘agent’ van te voren zijn rol bestudeert en de vragen stelt die in het protocol staan.

Centraal examen
Als het portfolio van de kandidaat is goedgekeurd en hij geslaagd is voor de assessments, kan hij het tweede deel van het examen aanvragen: het centrale examen.

[Daar moet ook voor betaald worden. Het praktijkexamen met een compleet portfolio kost € 104. Voor het centrale deel moet de kandidaat voor Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS) €37 betalen; voor de Toets Gesproken Nederlands €52 en voor het Elektronisch Praktijkexamen € 37 (januari 2009).]

Het centraal examen wordt afgenomen door de Informatie Beheer Groep (IB-Groep) op een aantal vaste locaties in het land. Wanneer de kandidaat alle examenonderdelen met goed gevolg heeft afgelegd, ontvangt hij van de IB-groep het inburgeringsdiploma.

Het centrale examen bestaat uit drie onderdelen:
• Toets Kennis van de Nederlandse Samenleving
• Digitale Praktijktoets
• Toets Gesproken Nederlands

Toets Kennis van de Nederlandse Samenleving
De toets Kennis van de Nederlandse Samenleving is een digitale toets die meet of iemand voldoende kennis van Nederland en de Nederlandse samenleving heeft.
Op het beeldscherm krijgen de kandidaten een aantal meerkeuzevragen voorgelegd die worden ondersteund met beeldmateriaal.
Een voorbeeld van dit soort vragen is:

- Welke stad in Nederland heeft de grootste haven?
De kandidaat kan kiezen uit:
a. Amsterdam
b. Rotterdam
c. Eindhoven

Bij elke vraag worden altijd drie mogelijkheden aangegeven waarvan de kandidaat er één moet kiezen. Ook zijn er wat langere vragen zoals de volgende. (Dit is een voorbeeld, dus geen vraag uit het echte examen):

Ismael is 13 jaar.
Hij komt soms heel laat thuis.
Zijn vader is erg boos op hem.
Mag zijn vader hem slaan?

a. ja, als Ismael niet wil luisteren
b. nee, je mag in Nederland je kinderen niet slaan
c. ja, tot hij 14 jaar is, mag zijn vader hem slaan

Het examen Kennis van de Nederlandse Samenleving toetst kennis over:
• werk en inkomen
• omgangsvormen, normen en waarden
• wonen
• gezondheid en gezondheidszorg
• geschiedenis en geografie
• instanties
• staatsinrichting en rechtsstaat
• onderwijs en opvoeding

Digitale Praktijktoets
De Digitale Praktijktoets is een computertoets waarin lezen, schrijven, spreken en luisteren zijn geïntegreerd. Op een beeldscherm krijgt de kandidaat een aantal meerkeuzevragen voorgelegd. Als de kandidaat inmiddels is geslaagd voor het eerste deel van het examen (het praktijkdeel met de assessments) is dit niet zo moeilijk meer. De items van deze praktijktoets zijn namelijk gebaseerd op de Cruciale Praktijksituaties. De kandidaat moet altijd vragen beantwoorden bij het profiel Burgerschap. Verder krijgt hij vragen die bij zijn gekozen profiel passen: OGO of Werk. Het taalniveau is A2.
De meerkeuzevragen hebben betrekking op verschillende taalhandelingen, zoals het lezen van een tekst, het aanvullen van woorden of zinnen uit een brief of het volgen van een kort gesprek met het kiezen van de beste reactie.

Toets Gesproken Nederlands
In deze toets staat de luister- en spreekvaardigheid van de kandidaat centraal. Kan hij Nederlands verstaan? En kan hij zich ook verstaanbaar maken? De toets wordt telefonisch afgenomen en duurt ongeveer vijftien minuten. Er zijn vijf onderdelen:
- nazeggen van twaalf losse zinnen
- veertien korte vragen (het beantwoorden van vragen met een enkel woord of korte zin)
- nogmaals het nazeggen van twaalf zinnen
- tien tegenstellingen noemen ( bijvoorbeeld klein – de kandidaat zegt groot)
- navertellen van een verhaaltje
De toets bestaat uit 48 opgaven. Tijdens het laatste onderdeel moet de kandidaat gesproken tekst navertellen, maar dit onderdeel telt niet mee bij het vaststellen van het aantal punten. het dient alleen ter validering van de toets. Er kan een score behaald worden van 10 tot 80 punten.

Nazegzinnen
De nazegzinnen zijn uit authentieke audiobronnnen gehaald zoals radio-opnames van gesprekken en interviews en opnamen als instructies bij een verkeersexamen. De zinnen worden op gewone snelheid uitgesproken, maar soms wel met een bepaald accent. Ze variëren in lengte van 3 tot 13 woorden en worden steeds iets moeilijker.
Voorbeelden van nazegzinnen zijn:
Wat is er aan de hand?
Daar hadden we geen erg in…
Ik heb zin in een biertje.

Korte vragen
Bij het beantwoorden van de korte vragen is het uitgangspunt dat de kandidaat de gestelde vragen inhoudelijk moet beantwoorden. Vragen waarop met ja of nee kan worden gereageerd, komen niet voor. Voorbeelden van vragen zijn:
Is januari een dag of een maand?
Een auto, heeft die twee of vier wielen?
Is het in de nacht licht of donker?

Tegenstellingen
Bij het noemen van tegenstellingen bestaan de opgaven uit allerlei woordsoorten: voorzetsels, zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden en werkwoorden. Er zijn geen woordparen opgenomen waarbij de tegenstelling wordt gevormd door het voorvoegsel on-. Ook antwoorden waarbij niet voor het gegeven woord geplaatst wordt (dik-niet dik) zijn fout.
Voorbeelden van dit onderdeel zijn:
aan – uit
eten – drinken
dik – dun
onthouden – vergeten

Als een kandidaat het basisexamen inburgering in het buitenland al heeft afgelegd, kan hij in aanmerking komen voor vrijstelling van de Toets Gesproken Nederlands. De vrijstelling wordt door de gemeente verleend en geldt uitsluitend voor het onderdeel TGN. Kandidaten moeten wel een score gehaald hebben van tenminste 37 punten en moeten dit aantonen aan de hand van de examenbeschikking die zij hebben ontvangen van de Nederlandse ambassade of het consulaat-generaal in het land van herkomst.

Op www.kce.nl kunt u de exameninstellingen vinden die bevoegd zijn om assessments af te nemen.
Op www.inburgernet.nl zijn de examenlocaties te vinden voor het centrale examen.

Als iemand door lichamelijke of psychische problemen het examen niet kan maken, moet hij dit melden bij de gemeente. De afdeling inburgering bij de gemeente vertelt dan naar welke arts hij moet gaan voor een onderzoek. Iedere gemeente in Nederland heeft afspraken gemaakt met artsen die een medisch advies afgeven over het kunnen behalen van het inburgeringsexamen. De kandidaat kan dus niet met een verklaring van de eigen (huis)arts komen. Het onderzoek kan bij de gemeente aangevraagd worden met formulier 2.27 voor Medisch Advies.

Haalbaarheidsonderzoek
Kandidaten die ondanks geleverde inspanningen niet in staat zijn het examen te halen (in geval van analfabetisme in eigen taal en in het Nederlands), maar wel genaturaliseerd willen worden, moeten naar het ROC De Voortwijzer in Amsterdam voor een Haalbaarheidsonderzoek. Dit kan alleen daar. De kandidaat moet dan nog wel de boven beschreven Toets Gesproken Nederlands met goed gevolg afleggen voor hij een verzoek tot naturalisatie kan indienen. Dit zal niet altijd meevallen. Er zal veel geoefend moeten worden. De toets wordt ook in een redelijk hoog tempo afgenomen; de kandidaat krijgt weinig tot geen gelegenheid om rustig na te denken voor hij antwoord geeft. Het aanvragen van een Haalbaarheidsonderzoek kan via het gemeentelijk formulier 2.28, waarmee de kandidaat zich kan aanmelden bij de Voortwijzer.
De voorwaarden voor het Haalbaarheidsonderzoek zijn:
- onvoldoende gealfabetiseerd in de eigen taal
- onvoldoende gealafabetiseerd in het Nederlands
- gezien leeftijd en omstandigheden kan er niet verwacht worden dat hij / zij dit leert binnen vijf jaar
- bewijs van geleverde inspanning om gealfabetiseerd te raken
- geen afgeronde basisschool in het land van herkomst

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>